Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op tegen... Wij zijn oud, mijn beste, en wij hebben menschen en drukte noodig om ons heen. Zoo was het vroeger niet, maar alles gaat voorbij...

— Vroeger, herhaalde zij. Weet je hoeveel jaren dat is? Het is niet te gelooven.

— Bijna twintig jaar!

— 1901. Carnaval in Nice in 1901, mijn beste. Vijf en twintig jaar.

— Ja, zeide hij. Een vreemdelingetje verloren in de drukte op straat met haar stroohoed en haar eenvoudige jurkje... Maar daar kwam gauw verandering in.

— Toen hield je van mij... en... Nu hecht je alleen nog maar aan het geld, dat voel ik heel goed, hoor... Zonder mijn geld...!

Hij haalde even de schouders op.

— Sst, sst... maak u niet boos, daar wordt u ouder van... En vanavond ben ik een en al verteedering. Weet u nog, Gloria, de redoute in hemelsblauw en zilver.

— Ja.

Zij zwegen, zagen stellig tegelijk in hun gedachten die straat in Nice weer terug, die carnavalsnacht vol gemaskerden, die zingend voorbij trokken, de palmen, de maan en de kreten der menigte op de Place Masséna... hun jeugd, de mooie nacht, wulpsch en los als een napolitaansche romance...

Sluiten