Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Met een wanhopig lachje keerde zij zich naar hem toe.

— Gelukkig? Weet je met wie ik trouw? De oude Fischl, riep zij uit, daar hij niets vroeg.

— Fischl!...

— Ja, zeker, Fischl! Wat wil je, dat ik anders doe? Ik heb geen geld meer, nietwaar. Mijn moeder geeft mij geen cent, je kent haar, je weet dat zij mij liever zag doodgaan van de honger dan dat zij mij een cent gaf, nietwaar? Je kent haar toch? Nu dan! Wat wil je dan? Ik mag nog blij zijn, dat hij met mij trouwen wil. Anders was ik zoo maar met hem naar bed gegaan, nietwaar? Het zou misschien beter wezen, makkelijker... af en toe een nacht, maar hij wil niet, weet je. Hij wil wat hebben voor zijn geld, de oude smeerlap, zeide zij opeens met een stem, die trilde van afkeer. O, ik zou hem kunnen... Zij hield op, haalde haar hand door haar haar en trok er uit alle macht aan, met een verwilderde uitdrukking op het gelaat.

— Ik zou hem kunnen dooden, zeide zij langzaam.

Golder lachte pijnlijk.

— Waarom? Het is juist heel goed, het is prachtig!... Fischl! Hij heeft geld, nietwaar, als hij niet in de gevangenis zit! En jij kunt hem bedriegen met je kleine... hoe noem je hem ook

Sluiten