Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XXVIII

„Kamer 17, de eerste kamer links in de gang," riep de kellner van beneden. Een oogenblik later ging het licht uit. Golder klom verder de trap op, stootend tegen eindelooze treden, als in een droom. Zijn opgezette arm deed hem pijn. Hij zette de tasch op de grond, zocht tastend de leuning, bukte en riep. Maar niemand antwoordde. Hij vloekte zacht, buiten adem, ging nog een paar treden op, bleef stilstaan en hijgde, met de rug tegen de muur steunend en het hoofd naar achteren.

Toch was de tasch niet zwaar. Zij bevatte slechts wat toiletartikelen en wat reservewaschgoed. In die Sovjetstreken kwam er altijd een oogenblik, waarop men zelf met zijn bagage sleepen moest, dat had hij ondervonden, sinds hij uit Moskou vertrokken was... Maar zelfs nu de tasch zoo licht mogelijk was, had hij toch nauwelijks de kracht om haar op te tillen. Hij was moe als een hond.

Sluiten