Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jaren, jaren. En daarna is het ten slotte niets beter.

De jongen zeide met zachte, brandende stem:

— Later wordt men rijk...

— Later crepeer je, zeide Golder, alleen, als een hond, net als je geleefd hebt. Hij hield op en wierp het hoofd naar achteren met een gesmoord gesteun. Weer die verscheurende pijn in de schouderholte en de angst voor het hart, dat schijnt stil te blijven staan...

Hij hoorde de jongen zeggen:

— Is u niet wel?... Dat is de zeeziekte...

— Neen, zeide Golder met zwakke stem, over de woorden struikelend... Neen, ik heb het aan het hart... de zeeziekte, zie je!...

Hij haalde moeilijk adem. Het spreken deed pijn... het scheurde je keel stuk, en trouwens, wat kon die kleine idioot het verleden, zijn verleden schelen? Het leven was tegenwoordig anders, gemakkelijker... En dan, God, hij had lak aan dat Joodje... Hij zeide zwakjes:

— De zeeziekte, zie je, jongen, al die dwaasheden, als je zoo gezworven hebt als ik... Zoo, wil je rijk worden?

Zachter zeide hij:

— Kijk mij eens goed aan. Geloof je, dat dat de moeite waard is?

Hij had het hoofd op zijn borst laten zinken.

Sluiten