Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

om later een geleerde „goolem" te hebben, iemand dien hij voor zijn beurs heeft laten vormen en waar hij als een gelukt meubel, dat hij ontworpen heeft, naar kijkt, wanneer de pupil toonbaar is geworden. Het kan ook zijn, dat er vaderlijke behoeften in hem waren, nu hij geen zoon had en z'n dochtertje naar een kostschool te Brussel had gestuurd na den dood van zijn vrouw. Misschien was zijn belangstelling, dat wat hij „tsedakah" noemde, en wilde hij m'n vader een handje helpen, met wiens eenvoud hij zich amuseerde en dien hij graag mocht lijden, als een sober maar onbetwistbaar antiek voorwerpje. Vader voelde zich erg vereerd met Dacosta's belangstelling voor mij, gaf iedere eigen meening op, en tot de tijd kwam, dat ik m'n wil tegenover dien van den baas zette, volgde hij stipt alles wat Dacosta hem bij wijze van vriendschappelijken raad gaf. Ik ging dus niet naar het Talmoed-Torah, maar naar een openbare school. Ik moest Dacosta dankbaar zijn, dat hij mij gered heeft een loopbaan te volgen, die voor mij, ultra-liberaal man, die ik geworden ben, niet gepast zou hebben. Maar omdat het van hem kwam, twijfel ik er soms aan, of m'n ouders goed gedaan hebben geen rabbijn van mij te maken. Eerbied van menschen, dien

Sluiten