Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gen, hem met rechtvaardigheid te haten, want wanneer er anderen bij waren, zou hij me nooit beschaamd maken met zulke woorden als protégeetje. Hij deed nonchalant, miaar hij was zich merkwaardig bewust van ieder woord, dat hij sprak, en ieder gebaar, dat hij maakte. Ik moest nu eiken Zaterdag-avond bij hem komen eten. Mijn vader vond dit zoo'n heerlijke eer, dat het hem zijn verdriet wegnam, mij niet den Zaterdag aan zijn tafel te hebben. Eens aan het dessert lag er maar één banaan en verschillende sinaasappelen op de fruitschaal. Dacosta Senior nam de banaan. „Dat is m'n Portugeezenrecht, Maurits," zei hij. „Je weet toch van dat HoogDuitsche jongetje, dat geïnviteerd was te komen spelen, toen de kleine Daan Lopez Suasso jarig was. Alle Pereira's, Sequerra's en de Orobio's kregen een heel koekje." ,,'t Tedeskertje krijgt maar een half," zei de oude tante Ra, die de koekjes uitdeelde." En Dacosta Senior, die altijd spotte met ouderwetsche Portugeezen en met hun hoogmoed, deelde toch ook zelf hun vooroordeelen en zag op het „Tedeskertje", Maurits Koster, zonder eenig motief neer.

Toen ik op het gymnasium de Bèta-richting volgen moest — ik zou toch dokter worden —

Sluiten