Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en verleidend. Het voerde de menschen op een dwaalspoor, het bracht ze af van het belangrijke. Ik kon mijzelf geen rekenschap, zelfs geen rechtvaardiging voor mijn aanklacht tegen studie geven, maar mijn gevoel werd mij de baas en wilde, verklaard of niet, heerschen.

Voor mij had jij geen medelijdend woord, Betsy. Wanneer we samen aten, bleef het bij wat stille opmerkingen over het weer of over den toestand van de markt, want opzettelijk sprak je mij altijd over den handel, alsof er niets anders voor mij bestond. Ik verlangde zoo naar mijn dochter, in wie ik mezelf steeds meer terugzag. Maar ik liet het niet merken en zou het ook niet gekund hebben. Ik merkte, dat er een soort psychische doofstomheid is. Ik beschikte niet over de taal, die toen bij mijn zielstoestand hoorde. In die dagen veranderden ook mijn gevoelens tegenover den ouden Dacosta. Ik voelde mij nederig en ik geloof, dat ik me zijn beklag wenschte, zooals vroeger zijn bewondering. Weer dus een bewogener verhouding dan Dacosta kennen wilde. En toch was ik bang hem die behoefte te toonen, want terecht zou hij me dan heelemaal voor een burgerlijk wezen houden, dat zijn leed niet verwerken en beheerschen kon. Eens heeft hij tot me gezegd, op

Sluiten