Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijk als ik, en voelde misschien daarom de volle verleiding van Rosenheim's schaamteloos onfatsoen, van zijn spreken, dat op een gemeene parade van een naakt mensch leek. Wanneer Rosenheim sprak, meende ik, dat je mij wel eens triomphantelijk aanzag. In Rosenheim's bijzijn stak die onbeschaamde Nico de loftrompet over hem. Ik zweeg aan mijn eigen tafel. Dacosta trachtte van zijn kant — dat merkte ik — je te ontnuchteren, en met vriendelijke woorden wilde hij je Rosenheim in zijn ware gedaante, als holle leeghoofd doen zien, die alleen sterk was door het geld van zijn vader. Toen kwam je dien middag bij me en zei zonder om mijn toestemming te vragen, dat je Frits Rosenheim je hand beloofd had. Zulk een daad was een tarting van mijn opvattingen over het vaderlijk recht. Maar dat vergat ik, toen ik je zei, dat ik je mijn toestemming niet geven zou, dat ik je verbood verder met dien man, dien ik nooit in mijn huis had moeten ontvangen, om te gaan.

Je lachte smalend en zei, dat ik niet op mijn kantoor was en jij niet een jonge dochter van een honderd jaar geleden. Ik heb je gevraagd, of je dan niet inzag, dat deze wufte, bedriegelijke man niet voor jou geschikt was. Ik hoor weer je antwoord: „Ik hou van hem en dat is

Sluiten