Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet welkom was, of me te kapittelen, dat ik op een ander uur, dat hij graag had willen babbelen, niet aanwezig was geweest. In dien tijd, nu de ouderdom hem van de controle over zichzelf beroofde, merkte ik eerst recht, hoe ik, ondanks mijn stand en aanzien, voor hem de kleine Mau Koster was gebleven. Bijna in ieder gesprek noemde hij me minstens één keer dom. Hoewel hij dit nooit zoo direct uitsprak, verweet hij me het verlies van zijn kleinkinderen; hij zelf ware bereid geweest met fatsoen en goede zeden te schipperen, om zich niet van de voldoeningen van het familie-leven te ontrieven. Hij vond me natuurlijk een hoekigen, burgerlijken man. Hij keef met me over bijkomstigheden, over een datum, een huisnummer, een bericht, dat ik in 't avondblad en hij in 't ochtendblad beweerde gelezen te hebben.

Het was afschuwelijk. Mijn leven was van onwaarde geworden. Zelfs mijn gespannen verhouding tegenover je grootvader was verslapt en futloos-leelijk. Ik wist niet meer, of ik nog naar zijn bewondering verlangde, of dat ik hem en mijzelf opgegeven had.

Daarna kwam zijn ziekbed. De oude Dacosta is kalm gestorven. Een eigenlijke kwaal scheelde hem niet. De dokter zei, dat de kaars was

Sluiten