Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— « Ge hebt hem schoon gemaakt, Sep, en Pol voelt

Sep blikt eens keurend langs Pol s glanzende flanken, naar den zadel en den buikriem, en zegt dan overtuigd : , • i •

— « Zoo komt er geen een op de ringsteking. »

Peter Coene treedt uit het huis, in zijn hemdsmouwen, de handen op den rug. Hij blijft een oogenblik staan kijken op Pol. Hij is trotsch over zijn mooie paard. Hij gaat even voor het dier staan, klopt het tegen den slanken kop, en het is of Pol ook voelt dat de heer en de meester van de Donkelhoeve voor hem staat. Zijn kop zakt dieper, zijn klauwende voorpooten zijn stil, daar komt iets rustig en gedwee over het sterke lijf.

— « Wat heeft hij dezen middag gehad ? » vraagt de boer aan Sep. .

— « Twee pinten haver en twee sneden brood bij zijn drank. »

Sep weet dat de boer het zoo goed vindt en dat hij tevreden is over het uitzicht van Pol, al zegt hij nu niets meer. Maar Peter Coene heeft een wijze van goedkeuren die geen woorden of teekens vergt en die toch duidelijk gevoeld wordt.

Nu komt Fons uit de achterdeur van het hoevehuis. Hij draagt een donkerbruin pak waarvan de jas loshangt, zwarte rijlaarzen met blinkende sporen, en zijn hoed staat schuins op het hoofd. Hij is een groote, krachtige man. Zijn schouders zakken ietwat te veel af, en dat doet hem nog grooter lijken dan hij is. Als knaap was hij leelijk, het gezicht was te grof en te smal, hij had een scherpe, wat gebogen neus, een dunne kin en sterk vooruitspringende jukbeenderen. Maar met de jaren hebben die trekken iets egaals, mannelijks gekregen. De diepe, koude oogen heerschen over het gebruinde gezicht, met iets dwingends, dat geen tegenstand duldt. Hij lijkt niet op Peter Coene of Geert Coene, nog minder op de hoeve-

Sluiten