Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gang gezet. Naske, de koewachter, staat reeds gereed aan de staldeur om de koeien naar de weide te drijven. In de eene hand houdt hij zijn zelf gemaakte zweep, in de andere hand zijn boterham waarin hij groote happen bijt. Roze en Liene loopen van den stal naar den waterput, rammelen met de melkemmers, zetten de deuren van den stal wijd open De warme reeuwsche lucht slaat naar buiten en drijft over het hof. Monne trekt met de merrie het mest uit den paardenstal door de buitendeur naar de weide toe, waar Sep bezig is.

De slag van het leven gaat kalm over het hof en ieder weet nu zijn weg en zijn werk. Zij zijn één geworden met dien arbeid, met den boer en de Donkelhoeve, en met het sterkste van hun wezen zijn zij er aan gehecht.

Met langzame schreden stapt Peter Coene over het unj j geeft hem telkens een gewaarwording van zekerheid onder zijn voet den zachten druk van den grond te voelen. Dan ligt er iets milders in zijn blik. Daar is iets gemeenzaams tusschen hem en de rustige vaste aarde, iets van de eeuwigheid. Hij ademt diep den najaarschen 'geur van den grond in zijn longen. In deze aanvoeling van zijn land worden in zijn hoofd de gedachten geboren, put hij zijn kracht en zijn wil.

Hij stapt nu terug over den hoogen kouter naar den steenweg toe. De stem van Lauwerijns klinkt achter hem ver en ijl door de lichte lucht, over het land. De dag is warm en loom en de herfstdraden zweven door de lucht Twee zwaar geladen karren trekken over den steenweg Peter Loene weet wat het is : de knechten van het Wazinghuis voeren weer chemische meststoffen naar het Heideveld leder voor- en najaar gebeurt dat.... Hij staat stil, blikt naar de verte en peinst. Even wordt de dwarse rimpel over zijn voorhoofd dieper, maar dan schuift er als een grimlach over zijn harde trekken. Dat Heideveld.... Hij moet erkennen dat de heer van het Wazinghuis iets bereikt heeft, dat het Heideveld labeurland is geworden, en dat hij, Peter Coene

Sluiten