Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

veeren, trekt den kop in, denkt even na. Geluidloos wipt ze dan op een lageren tak, en blikt weer naar den grond. Dan heeft de ekster gezien. En nu schalt haar harde al te hooge gil door het woud: tjak.-tja\-tja\.... De stilte schrikt en slaat wild van boom tot boom, ver weg. ...tjak-tjak-tjak-...

Dat alle vogelen nu wakker worden en luisteren ! De ekster heeft iets gezien en heeft iets te vertellen. Zegt de ekster:

Hier onder in het lommer van de boomen ligt Herman Coene, de student, Herman Coene, de verliefde student. Hij ligt op zijn rug en met de handen onder zijn hoofd. Zijn oogen zijn wijd open en hij staart recht omhoog....

De vogelen klein en groot zijn wakker geschrokken, en zonder geruisch van twijg tot twijg, van boom tot boom, naderbij gewipt. Onzichtbaar zitten ze tusschen het dichte loover verborgen en blikken met ernstige oogjes naar den grond.

Als een roode flits komt de specht tusschen de takken aangeschoten. Zij klampt zich vast aan een ronden stam, klopt driemaal met haar harden bek en steekt dan haar kopje terzij om te zien.

Zegt de specht:

Het is Herman Coene, de verliefde student. Hij

loopt hier iederen dag rond, en ligt aan den rand van het bosch te staren naar het open land en de zon. Nu luistert hij naar zijn eigen hart en naar wat de vogelen zullen zeggen....

De musch, die daar op den boschrand niets te doen heeft en lawaaierig druk van aard is, breekt de stilte. Zegt de musch :

Op de Donkelhoeve, van op den notenboom, zie

ik hem eiken dag, Herman Coene den student. Hij gaat met trage stappen over het hof en zijn armen hangen doelloos langs zijn lichaam. De hoevevrouw is weggegaan en hij zoekt in eenzaamheid....

Sluiten