Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

u.

IN den voormiddag kwam Herman thuis. Sander was hem tegengegaan op den weg naar het dorp en had hem verteld hoe het ongeluk gebeurd was. Peter Coene zat nog altijd in zijn houten zetel voor het vuur in de hoevekeuken, met het hoofd op de borst gezakt. Toen Herman de hand op zijn schouder legde en stil zegde : a Vader », hief hij even het hoofd op en keek zijn jongsten zoon aan met een stieren blik. Het duurde een oogenblik eer de herkenning in hem opklaarde en dan mompelde hij een stil woord.

Herman ging bij het raam zitten. Hij besefte volkomen hoe zwaar deze slag op zijn vader moest neerkomen, en dat het beter was niet te spreken. Sander had hem gezegd dat hij, sedert het ongeluk gebeurd was, niet had gegeten en er geen woord over zijn lippen gekomen was. Hij blikte van terzijde zijn vader aan, hij leek hem opeens een gebroken oude man geworden. Het stroeve gezicht was verzacht, of het scheen dieper ingetrokken, en een andere trek overheerschte nu de uitdrukking van zijn wezen.

Peter Coene scheen door het binnenkomen van zijn zoon nu toch eenigszins ontwaakt te zijn uit zijn verdooving. Hij stond recht en wankelde even toen hij naar de deur ging en buitentrad. Herman keek hem na door het venster

Sluiten