is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leven van Herman Coene

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wist hij het veel beter, en het boek zou ook veel mooier worden. Want was zijn leven hier in de groote stad niet veel ruimer, dieper geworden... Zooals hij het eerst had opgevat: de student, die met het dochtertje van den professor vrijen gaat... Neen, dat was allemaal te vlak, te gemakkelijk, het zou een tragisch verhaal worden, nu hij het leven eenmaal beter kende... « Alt Heidelberg » speelde hem door het hoofd. Hij blikte peinzend voor zich naar den half donkeren muur.

De tolhuisbediende, die naast hem woonde op die vierde verdieping, stapte over den overloop. Hij hoorde hem zijn deur open doen en in zijn kamer stappen. Als die nu Weer maar niet op zijn klarinet ging spelen, die eeuwige « Veuve Joyeuse »...

Hij herinnerde zich meteen dat hij vroeger, als student, dikwijls zulke bevliegingen van goede werkvoornemens had gehad, die als een weeke warme schijn over hem waren gekomen, maar het had nooit lang geduurd. Het was altijd 's avonds bij het lamplicht. Den eersten avond — of was het den tweeden? — van zijn verblijf aan de universiteit zat hij juist zooals nu voor zijn tafel, met eenige boeken voor hem. En hij had toen gedroomd van studeeren en geleerdheid, daar zou hem niets te zwaar of te moeilijk zijn... Dan ging de deur achter hem open en Jan De Bondt, de Rooie, kwam binnen. Hij was in een zotten lach geschoten toen hij dien jongen schacht daar zoo zitten zag, met eenige brave collegeboeken voor hem. Hij had den heelen rommel in een hoek van de kamer gegooid en geschreeuwd:

— « Als ge vóór middernacht geen stuk in uwen kraag hebt, dan weet ik dat ge u verzuipt eer we een maand van hier zijn. . Vooruit! We gaan naar Marieke... » En hij was meegegaan naar Marieke.

Herman moest lachen nu hij daar aan terugdacht.

Ach ja, Jan De Bondt, waar zit ge nu!... Wat doet ge nu dezen avond, Rooie ! En waar zijt ge nu allemaal, mijnheer Guillaume Cleemans - De Kinder, Kolonel, Paulientje,