Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

...De kamer is donker, of licht, hij weet het niet. Hij kan ook zijn oogen niet open doen. Een roode band, of een roode plaat, of iets anders dat rood is drukt vast op zijn gezicht, op zijn oogen, zoodat de oogschelen hem zeer doen. Nu zakt het bed weer heel heel diep tot in een grondelooze diepte... neen, hij ligt weer op zijn rug in de boot, op het Berkediep, en kijkt naar de lucht. Die is zóó oneindig hooger dan anders. Dan rijst hij met een zwiep tot een duizelige hoogte, boven op de spits van den toren, het bed draait, draait... kantelt in de holle ruimte... Och — nu staat het weer stil in de kamer...

De vloer van de kamer wiegewaagt zachtjes op en neer. Ze is veel grooter dan vroeger, de kamer. De wanden zijn weggeschoven, en aan den eenen kant ziet hij nu de blauwe lucht. Daar is ook geen muur meer aan dien kant. Maar ze is anders gekeerd, de kamer. Hij ziet nu niet meer door het raam de achtergevels van de huizen, waar die magere vrouw van den morgen tot den avond aan de waschkuip staat. Hij riet door het raam nu een dennenbosch, roode rotsen, een stuk van den hemel met zwaar varende wolken, en Brünehilde staat daar altijd met haar zilverglanzenden helm en haar blanke schild. Neen, het is Brünehilde nu niet meer, het is... zij draagt een mantel van rood fluweel... Nu vliegt het bed weer met een zwaai omhoog, kantelt weer op de spits van den toren, och!... ha! Daar ligt die vreeselijke zwarte bol weer vlak tegen zijn borst. Hij ligt nog niet heelemaal op hem, maar ademen kan hij nu niet. Dat is de wereld, de groote zwarte wereld... Huuuuush... zakt het bed weer de diepte in.

Pardonnermoi, chère patrie.

Si grace a mes libations... En die harde plaat drukt op zijn oogen dat het pijn doet... En morgen is het « concours en geometrie » en hij kent er niets van, hij kwam te laat, te laat, te laat... Ach!

Hier onder op den bodem van het water... hij ziet de sterren door het groene water, het is niet donker. Dat is niet

Sluiten