Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heer den secretaris stonden en ons verengageerden voor den oorlog. Mijn hand reierde toen ik de pen op het papier zette om te teekenen.

„Da's schoon Charel, op uwen ouderdom, zei de secretaris, dat is 'n eksempel voor al de Diesteneers."

,,'t Is voor 't vaderland, menheer de secretaris," snoefte ik, maar had ik mijn goesting op dien moment mogen doen dan had ik den secretaris en Gust Serezo den kop ingeslagen. Swenst dat we buiten gingen zei de secretaris dat we de papieren zouden thuis krijgen om te weten wanneer dat we moesten optrekken. Een troost was het dat Gust Serezo het toch ook aan zijn verdommenis had en er zoo bleek uitzag als ik, docht me.

„Gust, zei ik, swenst dat we den trap afgingen, willen we weerom gaan en zeggen dat het een abuus is?"

„Zwijg Charel, zei Gust, ik kan bekanst niet vooruit van 't rammetis in mijn linkschen arm."

„Ik ben ook alle-ze-leven maar kemankelijk geweest," zei ik van mijne kant.

,,'t Is nu te laat," zuchtte Gust.

Ik ging recht bij Sefie Kievits binnen, al was ik er in geen maanden niet meer in huis geweest. Ik liet me op een stoel zakken en ik zei:

„Och Sefieke kind, nu ben ik daar toch in mijn ongeluk geloopen, en allemaal de schuld van dien stommen Gust Serezo, dedju dedju!"

Ze zag dat ik fectief het hert in was en ze vroeg of we gevochten hadden.

„Och neen schaap, zei ik, als 't maar dat was, maar Gust Serezo heeft me in 't maleur gebracht met me te doen teekenen voor 't vaderland."

Ik geloof wel dat Sefie kompassie met me had, maar mijn twee meiden lagen nog altijd op heuren

Sluiten