Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maar rechtuit, Charel, dat ge dan met mij beter geweest waart."

We hebben zoo nog lang zitten klappen en hoe 't afgeloopen is weet ik niet meer.

Twee dagen later kreeg ik een brief van Gustaf en Rozelien, en ik heb dat briefke bewaard omdat er, docht me, zooveel deugnieterij achterstak:

„Beste menoenkel, we hebben uwen brief goed gekregen maar ik kan nu niet uit de voeten want ik lig met het rammetis, maar Rozelien zegt ook as noenkel Charel iet mankeert dan kan hem gerust afkomen hoe meer zielen hoe meer vreugd zee ze en ons Sjozefinke en ons Kamilleke zullen blij zijn as noenkel Charel bij ons woont en de mansarde is al gereed dus beste noenkel Charel meer nieuws kan ik u vandaag niet schrijven en wij hopen dat gij nog altijd kloek en gezond zijt en van ons hetzelfde, hiermede zeggen wij adju met de pen maar niet met het hert van Uwen kozijn Gustaf en Rozalien."

Ik moet niet zeggen dat ik daar het mijn van dacht.

Mijn bullen waren gauw bijeengepakt, 't was niet veel, en ik was wel een bitje bestaan dat ik met zoo weinig kleeren naar mijn familie trok. Aan mijn kapitaal kost ik daarvoor toch niet gaan, en met de kleeren van Anzelien-zaliger er bij, twee jakskens en drij rokken, was het toch nog een heel pakske. Na den noen ging ik de menschen van de gebuurt de hand geven en goeien dag zeggen, en daar was er een die begost te wateroogen. „Nu is al 't plezier uit de straat weg, zei 'm, en ik geloof nooit, Charel, dat ge 't ginder zult uithouden bij al dat vreemd volk." Aan iedereen vroeg ik dat ze

Sluiten