Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gezeid lijk 't ander, ik wil ook een cent verdienen tegen mijn ouden dag."

Hij zei nog dat 'm aan de menschen geen hoogeren prijs vroeg uit kompasjentigheid, maar ik lachte hem vierkant uit, en ik was heel gerust over het geval. En toen 'm mij wilde buitensmijten zei ik hem met een koppel oogen waar dat 'm alles kost van peizen:

„Tamboer, daar zijn er straffer dan gij die dat willen doen hebben en 't is hun niet goed bekomen." en ik dacht aan Lewie van Jan Kweddel.

Hij had schrik van me, dat zag ik kleer in zijn oogen, en hij was kwaad op zijn eigen omdat 'm zooveel konf jentie in me gehad had. Maar de loebas had me liggen op een andere manier. Hij kwam op het geval niet meer weerom, en floot en deed precies of dat ik er niet was, en den heelen dag was 't van:

Geef maar beurze, Gerard....

Toen zijn boeren twee dagen later weer een vracht hadden geleverd, vroeg 'm me 's anderdaags niet om mee de klanten te gaan gerieven. Hij deed het alleen. En toen 'm van zijn eerste ronde thuis kwam zei 'm tegen Boeboeske waar dat ik bij zat: „Ik heb overal een koppel marken meer gevraagd, ze zijn der nu aan gewend." Hij kost de judasserij zeker niet wijder drijven, den hertefretter. Dat was m ij n verdienste die 'm op zak stak. Ik moest in de herberg blijven zitten swenst dat 'm op toernee was en Boeboeske in de remise werkte. Van arrazie dronk ik wel tien pinten bier, sumpel en alleen om hem schaê aan te doen. Een moment stond ik gereed om recht naar den Duitsch te gaan en Tamboer en zijn wijf over te dragen, maar ik bepeisde dat dit misschien voor mij ook kost bullen meebrengen en ik liet het. Dat wist de tantefeer ook wel. Zoo raastig kwaad was ik

Sluiten