Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meester van Ryssel als de boer van de Olmenhoeve zelf. Ze hebben het wel eens gehad over al die voornemens van den burgemeester.

- Moderne ideeën, qualificeert dominee die, misprijzend. Hij heeft in de gemeente niet veel steun aan hem. Dat moest eigenlijk toch anders wezen. Dominee van Weert heeft, toen hij kort na de installatie een visite bracht in het burgemeestershuis, zooiets ge-opperd van een nauwe samenwerking tusschen den burgervader en den geestelijken herder, en dat hun beider levenstaken zoo uitnemend bij elkaar konden aansluiten. Burgemeester van Ryssel heeft toen zoo maar wat instemmend geknikt, maar of hij zich die woorden ter harte heeft genomen, daar merkte dominee van Weert nooit iets van. En daarom kan dominee burgemeester van Ryssel niet goed zetten en verheugt hij zich over ieder échec dat deze lijdt. Hij verwijt zichzelf wel eens dat zulks niet getuigt van een erg christelijke gezindheid, maar hij troost zich dan altijd weer met de gedachte dat ook hij slechts een mensch is en als alle menschen zondig. En zoolang de zonde geen onrustbarender vormen aanneemt zal hij er zich maar niet al te veel zorgen over maken.

- Binne' d'r zwaorighede', domenee? vraagt Hubrecht Cysouw op den man af.

- Niet direct, zegt dominee van Weert vaag, niet direct.

- Ik doch' het, omdat ge oens bie elkaor geroepe' hêt.

De boer van de Olmenhoeve spreekt op drin-

Sluiten