Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

leven. Soms tracht hij dien muur van vijandig zwijgen te doorbreken. Hij barst onverhoeds uit in een verwilderden, schrikkelijken aanval van woede. Maar daar is Nele mee de jaren aan gewend. Ze zal er geenen draad inschikkelijker om worden. Zij zwijgt, zij blijft zwijgen of neemt het kind, dat een verschrikt krijten begint, op haren arm en gaat de kamer uit.

Dan zit Lein Lap alleen aan zijnen tafel. Alleen mee zijnen woede, die hand over hand afneemt. Hij zal een paar brokken brood, of wat er te eten valt, nemen; hij tracht zichzelf een bak koffie in te schenken, maar daar moet ge eenen vasten hand voor hebben, en van Nele merkt hij geen asem meer...

Zoo moet het ook dezen achtermiddag zijn gegaan. Welken mensch zou er dan niet uitloopen? Moet Lein Lap daar alleenig aan dien tafel zitten blijven zonder aanspraak of wat ook? Dat doet hij niet. Hij staat wankelend op van zijnen stoel, binnensmonds vloekend, zich stootend tegen den stoel bij de deur, struikelend bijna over een paar klompen in de gang en eerst weer wat op zijn gemak komend in de gewende omgeving van Het Wapen van Walcheren.

Daar is er altijd nog wel eenen te vinden, die hem aanspreekt, al is het maar gelijk nu dien zotten Floris. Daar hebt ge warentig nog meer aan dan aan een meid als Nele, die om den weergaai niet onnoozel is. Maar Gekke Floris, dien kan de dronken molenaar eigenlijk best lijden. Die leest de woorden van zijnen mond, al verstaat hij

Sluiten