Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot zijn schuilplaats door. Boven alles uit gilt een stem in uitzinnigen angst:

- Moeders... moeders!

De stem van Gekke Floris. Die van Vader herkent de stem, hij weet nu ook eensklaps wiens gestalte het was waar hij voor de deur tegen aan botste. Die van den zot, die natuurlijk voor de deur van Het Wapen van Walcheren heeft staan luisteren.

Maar het knechtvolk, dat blijkbaar heeft ontdekt dat het eenen verkeerden heeft gevat, komt terug zonder Gekke Floris.

- Die zullen van 'Eine eenen waêrmen ontvangst kriege', lacht Gabe Vader moeizaam in zijn eigen, want de pijn is feller geworden en door zijn linkerarm vlagen doffe, bonzende slagen. Hij komt van achter de haag te voorschijn, gaat den weg naar huis op. In het licht van een lantaarn ziet hij zijn handen rood van bloed. Dat is niet zoo mooi...

Op den hoek van de straat botst hij bijna tegen Lein Lap aan. Die houdt hem staande, zegt met een stroeve, dubbelslaande tong:

- Ik hê d'r eene eenen keu op zienen kop kapot 'eslaege... Gae mee veromme... dan steke' we Ze hardstikkedood.

Maar die van Vader schudt het hoofd. Hij heeft nu achter zijne oogen zoo een vreemd, licht gevoel en een beetje misselijk is hij ook.

- Kiek, zegt de dronken molenaar plotseling verbaasd, Gaobe... je bloeit...

Ja-ja, knikt die en wil verder gaan. Dat weet hij

Sluiten