Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

- Tjèssis, zegt Marie Verdeene met veel luidruchtigheid, wat binne' jullie stille.

- Ie zal an z'n meid dienke', grinnikt Lou van Zakke.

Die van Vader slaat langzaam zijne oogen op en kijkt den ander met een harden, uitdagenden blik aan.

- Laê me mee rust, waarschuwt hij kort.

Met een daverenden bekkenslag houdt de muziek op. Er staat in het vertrek plotseling een groote, broeiende stilte. Marie Verdeene komt van hare kruk achter den toog overeind gerezen, ze kijkt met onrustige oogen van den een naar den ander.

Dat gaat mis, zoo waar als zij Marie Verdeene heet. Zij begint, om aan de dreiging dezer verraderlijke stilte te ontkomen, met glazen te rinkelen. Zij laat er zelfs in haar zenuwachtigheid een vallen en dat gebeurt een vrouw lijk deze Marie Verdeene vrijwel nooit. Als er niet iets tusschen komt zullen die twee gasten elkaar zoo dadelijk aanvliegen.

Zij zegt, terwijl zij uit haar gebukte houding overeind komt en de scherven in een bak gooit, verward en zinneloos, om toch maar iets te zeggen:

- Het is toch eenen mooien schep geld, daar niet van...

En Lou van Zakke - de dondersteen, denkt Marie Verdeene - merkt op met een langzaam, toestemmend knikken:

- Voor een alleenigt, maêr as je...

Sluiten