Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

- Waarom ben je nooit meer geweest? vraagt Corrie dien van Vader.

Zij zitten na afloop der voorstelling in een der kleine café's rond de Markt. In een donkeren, schemerigen hoek zitten zij. Aan een paar tafeltjes verderop nog enkele paren. Die - evenals zij een fluisterend gesprek voeren, die - evenals zij zitten met het zwakke schijnsel van kleine schemerlichten over hun gelaat. Die - evenals zij - waarschijnlijk ook de film in Excelsior hebben gezien en nu voor het naar huis gaan nog even toeven.

De man antwoordt niet.

- Ik dacht, vervolgt de vrouw op zachten toon, dat je nog wel eens met Lou mee zou komen?

Zij legt hare hand met een vertrouwd gebaar op zijn arm. En zij is er zelf wel een beetje verwonderd over, deze Corrie van Marie Verdeene, dat zij zulke woorden spreekt en dat zij in de maanden, die verliepen sinds deze man voor het eerst bij haar was, dikwijls aan hem heeft moeten denken. Loes was in die dingen gemakkelijker. Die ging haar gang. Die trok er zich niets van aan wanneer Lou van Zakke een tijdlang niet opdaagde. Daar waren altijd wel anderen.

- En voordat ik me om zooiets ga zitten versjagrijnen, zei Loes onverschillig, 't is me nogal wat moois!

Dat had Corrie nu ook wel niet gedaan. Het zou een leugen zijn te beweren dat zij al dien tijd niet met anderen was uit geweest. Dikwijls genoeg. Maar soms, soms betrapte zij er zichzelf ineens op, dat ze aan dien stillen blonde van

Sluiten