Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

grondwater, siepelend en wellend in het graf.

Nee - droog komt Hubrecht Cysouw van de Olmenhoeve niet te liggen op zijne laatste steê. Die zal een natten rug hebben, voordat de grond zich over hem heeft gesloten, want Pier Minderhoud, de timmerman, mag dan een goed vakman zijn, maar tegen water is geen hout gewassen. Zelfs geen eiken met zilveren beslag...

De oude Marynse staat nu tot aan zijn middel in den kuil. De klieder van sneeuw en soppige aarde is al lang door zijne laarzen gedrongen; ge kunt beter op zoo een leeftijd bij het vuur zitten, dat schroeit langs uwe kousevoeten. Maar aan zoo eene weelde kan de oude Marynse dezen ochtend niet denken. Die is al lang blij als hij een paar daalders extra verdienen gaat.

Dat hij daarna soms nachten-lang wakker ligt met optrekkende, vlijmende scheuten door al zijne leden, zoodat hij zich niet keeren of wenden kan, dat eene stekende, venijnige pijn bonst in zijnen bult, dat moet ge niet rekenen. Daar went een mensch langzamerhand aan. En wat dienen bult van hem betreft, daar heeft hij den winter door last van. Dat is om zoo te zeggen zijnen barometer. Met regen en sneeuw in de lucht doet die vieren-twintig uur van te voren al een verrekten zeer.

Dat weet niet alleen de oude Marynse, maar dat weet ook het heele dorp. Als ze daar den ouden Marynse door de straat zien gaan met een gezicht vertrokken van de pijn, dan zeggen ze hier en daar: D'r komt sneeuw... Marynse heb het te kwaêd mee zienen bulte...

Sluiten