Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hem bevindende kastje een klein, glazen vaasje, gooit het naar den overkant...

Het slaat met een hoogen, spetterenden klank uiteen op den vloer. Gabe Vader voelt dat Lou van Zakke zich bliksemsnel omdraait naar den kant, waarvan het onverwachte geluid komt. Voordat de ander de list doorziet, springt hij naar voren, grijpt hem beet. Maar zoo groot is de kracht, die Lou van Zakke bezit, dat hij zich met een heftigen, forschen ruk weet om te wentelen ondanks de armen, die hem omknellen. Een vloek komt steunend tusschen zijn lippen door... en nog een. Gabe Vader voelt hoe de rechterarm van den ander zich langzaam weet los te schroeven uit zijn greep en langs zijn boezeroen bespeurt hij het afglijden van een mes. Onder zijn armen spannen zich de spieren van den ander. De diepe, machtige ademhaling zet de borstkas tegen den zijne op gelijk een blaasbalg en langs zijn nek raspt het rauwe gelaat van den vijand. Een blinde, bezeten drift woekert achter zijn oogen. Een oogenblik ziet hij - zoo helder alsof het klaarlichte dag is - in zijn verbeelding het gelaat dicht bij het zijne, met den breeden, verwrongen mond, de broeiende, gevaarlijke oogen, de stompe, platte neus met de wijd-open gespalkte neusgaten. Zijn greep verslapt, nog enkele seconden en Lou van Zakke heeft zich losgeworsteld...

- D'r an zal je... godverjü...

De hijgend uitgestooten woorden slaan in zijn gezicht. Een been kronkelt zich om het zijne, rukt... zoo zal hij dadelijk achterover slaan...

Sluiten