Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vast ligt het houten heft in zijn hand... Een harde, snelle stoot; die geeft hem houvast, daardoor weet hij staande te blijven. De druk van het been geslingerd rond het zijne vermindert...

Hij staat plotseling merkwaardig stevig op zijn voeten, voelt hoe het lichaam van den ander tegen hem aan leunt, alsof het steun zoekt. En de greep der handen op zijn rug is niet zoo knellend meer. Met een harden, kletterenden slag valt achter hem het mes op den vloer. In den oven wakkert het vuur plotseling aan met een kort, loeiend geluid, sintels ritselen en schuren door het rooster...

Gabe Vader doet een pas achteruit, maar tegen zijn borst weegt het lichaam en even onder zijn kin is een mond, die steunt in verbeten pijn: „Aije... godverjü... m'n rikke..En nog een pas achteruit...

Met een doffen, zwaren slag slaat Lou van Zakke tegen den grond. Gabe Vader hoort een krampachtig hijgen en rochelen, als van iemand die wanhopig naar adem snakt.

Dan wordt het stil daar onder hem. Hij steekt behoedzaam zijn voet naar voren, die raakt daar ergens op den vloer een ding, dat roerloos is en geen geluid geeft.

- Een lampe, vlaagt het door zijn hoofd, in de schure is een lampe...

Hij vindt den weg naar de deur en opent die. De scherpe koude van den winternacht snerpt in zijn gezicht en het licht van maan en sterren doordringt het vertrek achter hem met eenen vagen, onwezenlijken schemer.

Sluiten