Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn gasten waren verdwenen. Dadelijk al was er een kring van leegte geweest om die groep mannen in hun onverzorgde colberts, de dansende paren waren weggegleden naar de groote zaal, de politiseerende oude heeren afgetrokken naar bibliotheek en rookkamer. Nu stonden zelfs de laatste onbeweeglijk digereerenden op uit hun fauteuils. De journalisten bleven alleen over, maar zij schenen volkomen op hun gemak, drentelden wat rond, keken vakkundig om een hoek van de danszaal, een enkele verdiepte zich in de schilderijen langs den wand of hij ging catalogiseeren.

Nu wendde ook Alfred Josiah zich af van het buffet. Achter hem zette de kleine, geelbleeke journalist die den dronk had uitgebracht, zijn glas terzijde en volgde. Onder de balustrade waar Lord Tyne stond, lieten beiden zich zakken in een paar breede fauteuils.

„Bezwaar tegen een kort interview, Mr. Harton?" vroeg de journalist.

„Weineen," klonk Alfred Josiah's stem verzekerd.

„Dat spreekt," zei de ander, „u bent nu een publiek persoon, nietwaar? — Wat gaat u eigenlijk doen in het Parlement?"

Lord Tyne zag hoe Alfred Josiah zich met zijn blanke, welverzorgde hand het achterhoofd bestreelde.

„Ik zal daar natuurlijk hebben te spreken voor de cultureele belangen van het volk. De economische questies laat ik graag aan de anderen . . . ."

„—■ Inderdaad," zeide de journalist. „Heeft u dat niet in moeilijkheden gebracht tijdens de verkiezingscampagne, — die economische afstand, als ik 't zoo noemen mag, tusschen u en de kiezers?"

Sluiten