Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De das schoot los, hij hield die in de hand en bukte zich verder over het blad, —■ zonderling — in de krant stond iets over die das ■— een das ■—< waar had dat gestaan?

Zijn oogen zochten. Plotseling hielden ze iets vast, een foto, — het HuisI en een andere foto — hijzelf, zijn eigen trekken, —• naast het portret van Alfred Josiah.

Waarom? wat beteekende dit? ■— ach, natuurlijk, een bericht over het ceremonieel van heden, ■— maar die das, wat had die hiermee van doen?

Zonder te begrijpen lazen zijn oogen de vette letters van een headline, nog eens, — een felle steek doorpriemde zijn begrip, hij las:

„Erfgenaam van Grooten Naam draagt de RoodeDas." En daaronder zijn naam, zijn naam en titel, — en hoe dan verder? „opvolger is de Right Honourable Alfred Josiah Harton, M.P., dezelfde die gisteren bij de viering der uiterst-linksche verkiezingszege zijn radicale gezindheid toonde door het dragen van een vuurroode das."

■— Een Pias! ■—> de opvolger .... een pias ....

Een stolp van stilte stond om den Earl, elk ding stond star. Zijn oogen voelden zich onwrikbaar gestold in hun kassen, zijn hand met de das voelde zich geklonken in onbeweeglijkheid. Zijn tong voelde zich zwellen en klemde tegen zijn keel, een ondraaglijk pijnlijke benauwing drukte zijn borst plat.

Hij steunde, zijn tanden beten en knarsten. Hij voelde hoe het bloed terugsteigerde naar zijn hart, en hij worstelde, ■— nu niet, nog niet! — nog een minuut tijd voor bezinning. Woedend schoot zijn wil omhoog, zijn vuist kneep, — nog een half uur — om te doen wat nu gedaan moest worden.

Sluiten