Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoo liep hij nu alleen met zijn schaduw langs de portieken en vensterbanken, telkens binnen en buiten het licht der lantarens, tot het einde der straat naderbij kwam en hij de lantarens zou kunnen tellen als hij wilde. Het wachthuisje stond daar ook, het was helder verlicht, hij onderscheidde daarbinnen al een oranje aanplakbiljet en tegelijk zag hij het blauwe hoedje van Francientje.

Meteen wist hij weer, dat hij dezen heelen vervelenden slentergang door de stille straat had gemaakt, omdat Francientje tegen halftien uit de huishoudschool kwam en omdat ze had beloofd dat ze zou wachten.

Wonderlijk dat hij daarnet niet meer had gedacht aan Francientje. En hij was nog wel op weg naar haar toe! En ze had gezegd, dat ze nog best een half uurtje met hem kon loopen!

Het was prettig om te loopen met Francientje, Francientje was gezellig. Ze was werkelijk goed gezelschap, ze kon luisteren en lachen; zelf zei ze ook wel eens aardige dingen en soms praatte ze heel verstandig, maar meestal keek ze toch omhoog en luisterde of lachte.

Aardig, zoo'n meisje, dat omhoog kijkt en lacht. Francientje had mooie, lieve oogen, het was plezierig om daarin te zien, om voorover te buigen tot zijn eigen oogen terugspiegelden in de hare. Francientje vond dat ook plezierig, hij kon aan haar zien wanneer ze verlangde, dat hij zich bukken zou om zichzelf te zien in haar oogen.

Francientje was een gezellig kind. Hij kon nooit aan haar merken of ze in haar betrekking een drukken dag achter den rug had; als ze bij hem was, lachte ze en

Sluiten