is toegevoegd aan uw favorieten.

Het oogenblik

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zich staan tegenover gezichten van menschen die keken, die hem aankeken met koele, minachtende blikken, hij voorvoelde het vernederend overwicht der benadeelde zakenheeren. In hetzelfde oogenblik wist hij, dat hij nog maar een student was, te jong, en zonder ervaring van geldzaken, en voelde, dat hij niet zou kunnen spreken, omdat hij zich zou moeten schamen.

Schamen? Een koude woede zwol in zijn hart. Schamen? Nooit had hij zich nog geschaamd, voor niemand. Nooit had hij iets gedaan, nooit had hij iets willen doen waarvoor men zich had te schamen. Altijd had hij zijn houding bewaard, gestaan tusschen zijn kennissen, zijn medestudenten als een vrije, een die zich niet bond aan een oordeel of aan een zonde of aan een mensch, .— of hij alles kon loslaten als hij wilde, — waarom had deze doode die geen antwoord meer gaf, schaamte op hem gestapeld, deze zware schaamte, die hij dragen moest tegen zijn wil?

De rechtstandige groef tusschen zijn wenkbrauwen sneed zich dieper in. Zijn oogen doorzochten, met harden, vijandigen blik het doode gelaat, lieten zich niet langer binden aan de schroeiplek, ■— en vonden den breeden, slappen mond, de zware lippen, nog vol en vleeschelijk, hoewel ze vertrokken spanden om de tanden.

De begeerige mond van den dooden man riep een gedachte wakker.

„De meiden!"

Natuurlijk. Het kon ook een vuile meidenhistorie zijn.

Daaraan viel niets meer te redderen. Vader kon immers nooit van een meid afblijven, ■—■ hij greep naar iedere rok.