is toegevoegd aan uw favorieten.

Het oogenblik

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een langgedoofde herinnering vlamde plotseling op en joeg opnieuw haar heete, verwarde angst over hem heen. Vader met Johanna. Toen hij op zolder speelde.

Johanna had haar kamertje ook op zolder, er was alleen maar een plankenwand tusschen den zolder en het kamertje en er waren veel kieren tusschen de planken. Maar hij had er toch nooit aan gedacht om door die kieren te kijken als hij op zolder speelde.

Tot den middag, toen hij Johanna zoo gillerig had hooren lachen in haar kamertje, en iemand anders fluisterde, dat ze stil moest zijn. Nog voelde hij den stommen, duizeligen schrik, omdat Johanna, die gesteven japonnen droeg, nu op schoot zat bij vader in een dun hemd, dat afzakte. En omdat hij opeens alles zag.

Die brandende herinnering, die hem maandenlang had gepijnigd! — Maar later was het overgegaan.

Alleen het vuile gezicht van vader, dat had hij nooit meer kunnen kwijtraken. Het gezicht van vader was altijd zoo gebleven. Het had hem niets verwonderd toen hij het verleden jaar net zoo had zien kwijlen boven de geverfde typiste in het privékantoor.

Het roode, opgezette, zweetende gezicht, — bah.

Het groote liggende lichaam zwol onder zijn oogen, werd een vies walgelijk ding, voor het eerst merkte hij, dat men het kon ruiken. Hij trad een stap terug, hij wist weer achter zich de deur, en dat moeder daar wachte. Nu moest hij maar heengaan en vragen wat het was geweest.

Maar de meiden, — daarnaar kon hij toch moeder niet vragen! ....