Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verdiend, maar Dufay Senior verlangde terug naar de koffiepotten der Handelmaatschappij. En omdat die nu onherroepelijk tot het verleden behoorden en omdat het stamkapitaal der Dufay's zich tijdens zijn leven gestadig en niet onaanzienlijk had uitgebreid en omdat hij een lief gelegen buitentje in Gelderland bezat, wenschte hij op den dag na de begrafenis van zijn zoon en compagnon niets liever, dan met rust te worden gelaten, ten einde zijn eigen stukje eventueele toekomst te overzien.

Hij wenkte Van Dogteren dus ongeduldig weg zonder eenige instructies voor de loopende zaken en gaf alleen order om zijn bankrekening op te maken.

Uit het privékantoor teruggekeerd, zat Van Dogteren geslagen op zijn plaats van chef de bureau en de mismoedige verwarring in zijn anders zoo tevreden expressielooze trekken, deed de bedienden dieper buigen over hun lessenaars. Het geheele kantoor voelde de haren te berge rijzen bij de gedachte aan een dreigend catastrofaal ontslag; ieder Hd van het personeel zon op uitkomst en wentelde in zijn hersens zijn diverse privékansen op redding. Doch Van Dogteren zelf, zonder eenige routine in het laveeren door de woelingen des levens, volkomen gespeend van het zeemanschap, dat intuïtief den weg weet uit gevaar, zat daar stom en dof in den eiken zetel zijner eere en voelde het terrein van zijn levenswerk onder zijn voeten wegzinken, even fataal als de mensch in een aardbeving den vasten oerbodem onder zich verliest.

Op dat moment rinkelde de telefoon. Van Dogteren nam op, hoorde het bod op de partij Santos die al

Sluiten