Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

men en kreten had hem benauwd en verward. Hoe anders was het strijdgerucht van zijn Bataven. ♦♦ Hij had gedacht aan zijn eerste bezoek van Rome, toen hij was verdwaald naar afgelegen wijken, waar in den avond der duistere sloppen bij den stadsmuur hem deernen aanriepen, die in dunne gewaden leunden aan den ingang van haar lupanaren. Hij had kleine Griekse, donkere Syrise, rosharige Gallise vrouwen gezien. Als voornaam vreemdeling was hij buiten de Stad genodigd in de villa's van rijke Romeinen. De zolderingen straalden van goud en ivoor, de wanden van verlokkende taferelen, vol vrouwen en krijgers, goden en godinnen. Hij was onthaald op maaltijden van weke prikkelend-geurige spijzen en zoeten wijn. Slavinnen uit onbekende wereldstreken gingen dienend rond. In de tuinen tripten pauwen en oosterse hoenders langs de klaterende fonteinen.

En ook al die weelde had hem doen walgen. Wat hij toen in zijn jeugd niet begrepen had, doorzag hij nu helder: het was dwaasheid dat Germanen bondgenoten en vrienden werden genoemd van de Romeinen. Zij waren vijandig aan elkaar door geboorte, door gestalte, door taal, door de

Sluiten