Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

spreekt over de kracht van 't Romeinse volk* over de zegeningen van den vrede: hoe de oorlog zelfs door lafaards begonnen kan worden maar de gevaren na-blijven voor de moedigsten! En immers dreigen reeds de legioenen hen te overvallen!*.. Want er zijn tijdingen gekomen dat Licimus Mucianus* veldheer van Keizer Vespasianus, Rome streng bedwongen heeft; dat Petilius Cerialis, gevolgd door Domitianus, 's Keizers zoon, met zeven legers naar Gallië en Germanië in aantocht is! Vier legioenen trekken uit Italië over de Alpenpassen; twe uit Spanje de Pyreneën langs; één is er uit Brittannië ontboden!.**

De opperhoofden der volken van 't zuiden en 't oosten roepen hun instemming, betuigen hun eerbied voor 't Romeins Imperium. Jongere afgezanten bedenken zich nu, in bedwang gehouden door de vrees voor gevaren. Wel prijzen zij den moed van Valentinus, maar zij verkiezen toch den raad te volgen van Auspex en hebben het heden lief boven een angstwekkende en onzekere toekomst. Zij raden de Trierenaars tot het neerleggen der wapenen, in naam van Gallië... Zij zullen voor hen spreken: zeker kan er genade zijn na het berouw!

Sluiten