Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schreden over lijken, doorboorden de gewonden, raasden in woeste wraaklust de wegzwemmende vluchtelingen na. Maar aan den oever bleef geen Germaan levend. En de krijgers uit het zuiden lachten verheugd bij 't zien van den vaal-roden glans over het moeras en de drassige landen.

Cerialis tuurde vergeefs naar den horizont of de schepen, reeds dagen tevoren ontboden, niet naderden. Als de vloot den stroom bezet zou houden kon de vijand geheel worden vernietigd... Maar geen zeil, geen licht verscheen in de grauwe schemering. En nu een zware regen sluierde over de velden en de duisternis vroeg viel, kon de ruiterij den vijand niet vervolgen...

Toen hij, voor zijn tent op de heuvelhelling gekomen, zich nog even omkeerde naar de doodse verlatenheid van den avond, hoorde hij uit de boomkruinen een wreed gekrijs en gerucht van geweldigen vleugelslag. De gieren stegen op, zweefden tot hoog boven* 't slagveld, stortten neer. Hij zag hun zwarte vleugels glijden laag over het moeras en weer opwieken en dan neerstrijken in het donker der vlakte.

Sluiten