Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den goeien ouwen heer dag aan dag. Maar nu? De zaak verkocht, zijn studie voleindigd — nu ja, geblokt had hij wel... eindelijk z'n wensch vervuld... en 't gelukje, bij den bekenden mr. Duvernois terecht te komen, een prachtige leerschool. En hij was geschikt, Duvernois, oude vrijgezel, die hem graag mocht, hem er prachtig hielp inkomen. Ja, hij zou een rustkuur doen, net nu Duvernois hem een zaak had toevertrouwd waar hij aardig naam mee kon maken! Eigenwijs noemde z'n moeder hem. Nu, dan maar eigenwijs!

Hij zonk in een koortsigen droom: pleitte een massamoordenaar vrij, wat hem doodmoe maakte.

* * *

Intusschen vloog Camilla Fonk — die ook sinds jaren graag en hard werkte, ook altijd veel van zichzelf eischte, ook steeds haar eigen wil doordreef — boven Provence. Ze keek omlaag, ze zag de lintwegen van Frankrijk, de Rhöne, glinsterend in het zonlicht en dacht „Wat dwaas eigenlijk om met zoo'n vaart te razen over zóóveel moois! Ik moest maar landen en ergens bij Arles onder een cypres gaan zitten, den Mistral hooren ruischen door de bladeren en naar de mooie meisjes van Arles kijken, die zoo trotsch rechtop loopen... Ze neuriede voor zich heen: O magali, ma tando amado...

De Zeemeeuw klom omhoog, weg van deze verleidingen. Daarboven echter stond te veel wind. Camilla drukte de stick naar beneden en de Zeemeeuw stoof gehoorzaam weer omlaag, kop naar beneden, staart omhoog. Camilla voelde haar machine reageeren, zooals een paardrijdster het paard. Het vliegtuig was voor haar even levend als een paard, stond haar wellicht nog nader. Het was een kameraad, betrouwbaar, flink, uitblinkend boven anderen. Haar vliegtuig was een stuk van Ingo Ulit. En Camilla hield veel van Ingo Ulit, zooals ze hield van machines, van fabrieken, van haar auto, van ieder vliegtuig, waarmede zij gevlogen had... het meest van de Zeemeeuw, omdat zij vlugheid aanbad. Het was negen uur, toen zij landde op Le Bourget.

* *

Negen uur sloeg de klok in mevrouw Fonks eigen kamer,

Sluiten