Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van al zijn geschenken, van heel dit sprookjesachtig-rijke leven het méést waardeerde zulke uren van vredig nietsdoen, luisterend naar het ritselen van bladeren en het kweelen van vogeltjes. Luzzi, die de vrouwen heel goed begrepen had vóór zijn huwelijk, begreep van zijn eigen vrouw niets.

Ze keek verbaasd op, toen haar man uit de koele donkerte van een vertrek naar buiten trad. „Ben je thuis?" vroeg ze.

Hij was, als altijd, dien morgen heel vroeg naar de fabriek vertrokken. Sinds zijn terugkeer van de huwelijksreis, bijna een jaar geleden nu, had hij, die vroeger alleen voor genoegens leefde, een bijna koortsachtige activiteit ontwikkeld.

„Edna," zei hij, „ik moet voor zaken naar Berlijn vanavond en ik zou graag willen, dat je meeging."

Zijn toon verwonderde haar. Meestal kleedde hij zijn wenschen anders in, voorzoover hij die ooit uitte. „Zou jij willen..." was altijd de grondtoon van ieder verzoek geweest.

„Zoo opééns?" vroeg ze onthutst. „Ja, ik moet om acht uur vertrekken." „Met den nachttrein?"

„Neen, we vliegen... het heeft haast... er wordt in de Aero-club een diner gegeven, waar ik graag bij wil zijn. Daar heb ik redenen voor... en ik zou het héél prettig vinden, als je meeging."

Zijn toon was bijna smeekend. In werkelijkheid dacht hij weliswaar aan enkele voordeden die haar bijzijn voor zijn bedoehngen en plannen kon hebben, doch in den grond wilde hij haar meenemen, omdat hij niet meer buiten haar kon.

Hij sprak dat echter niet uit. Van dien avond af, dat ze „ja" zei, twee uur nadat ze hem leerde kennen, had hij zichzelf voorgehouden: als een meisje trouwt met een veel ouderen man, moet hij zoo verstandig zijn, haar zoo min mogelijk met zijn gevoelens lastig te vallen.

„Goed, dan zal ik laten pakken," zei ze en smoorde een zucht. Per slot van rekening zou ze nu toch weer moeten haasten ... de tijd glipte alweer wegl

„Het zal je wel bevallen, Berlijn is mooi in de lente," zei hij.

Ze keek hem aan. Hij kwam haar vreemd voor vandaag,

Sluiten