Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ingo zuchtte. „Camilla, besef je niet dat wij iets veel beters voor elkaar voelen? Zie je dan niet om je heen waar al die verliefdheden op uitloopen, al die uit liefde gesloten huwelijken mee eindigen? Verliefde menschen zijn zelden goede kameraden! En voor een goed huwelijk is kameraadschap noodig. Ik zou voor jou naar de hel vliegen, Camilla... is dat niet méér waard dan al die inbeelding en nonsens?"

„Inbeelding..." Ze zuchtte. „Misschien ja. Maar toch..» ik zou wel willen, dat we ons verbeeldden verliefd op elkaar te zijn, Ingel. Maar ik zou voor een broer niet anders voelen, geloof ik."

Ze zwegen een tijdje.

„Ik geloof niet," zei hij dan, licht geërgerd, „dat mijn gevoelens voor jou die van een broer zijn."

„En als ik nu eens op een ander verliefd werd? Als ik het nu was?"

Hij keek verbaasd en schokschouderde dan.

„Goeie hemel, Camilla... ten eerste kan ik me jou niet voorstellen als een verliefde dwaas, haar hoofd verliezend om een of anderen jongen... en dan, zulke vrienden als wij... wij zouden toch altijd eerlijk en loyaal tegen elkaar blijven, geloof je niet?"

Ze knikte. „O ja! Het lijkt wel een zin van Courths Mahler. Jammer dat je geen graaf bent en ik een schoone gravin. Ik vrees, dat je me inderdaad, in alle vriendschap, terzijde zoudt staan in zoo'n perikel."

„Ja> verwacht je dan van mij, dat ik mijn vuisten zou ballen, met moord en doodslag dreigen en je bij je haren over den grond sleuren van jaloezie? Het zou nogal iets voor jou zijn, zoo'n oer- man! Zoo eentje, die den baas over jou zou willen spelen, die je naar de keuken en kinderkamer zou willen verbannen... goeie hemel, ik zou jou wel eens willen zien!"

Ze lachte even.

„Ingel" zei ze toen, „ik zou toch wel graag eens verliefd zijn. Laten we afspreken, dat ik nog wat wacht en dat ik het je zeg, als ik van idee verander. Zoo'n haast heeft het toch niet."

„Natuurlijk niet... Het is in Vele opzichten misschien ook verstandiger als we wachten tot de nieuwe kist klaar is." Ze keek hem van terzijde aan.

„Ingelchen," zei ze, wat plagend, „je bent zoo verstan-

Sluiten