Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— ze droeg kindermaten — al „met het krieken van den dag," zooals ze zelf verontschuldigend zei, bij Camilla binnen en hield een omvangrijken brief boven haar hoofd. *

„Ik denV'Zei ze, „dat het slécht weer is voor de K.L.M. waarna ze aftrok. . . .

Camilla was aan het ontbijt van meening, dat ze inderdaad beter vandaag niet naar Berlijn kon vüegen bij dit onzekere weer, waarbij ze ernstig naar den stralend blauwen, wolkenbozen hemel staarde en over het vliegveld vlakbij, dat blaakte in zonneschijn, zonder dat een windje de grashalmen deed bewegen. , .

Om negen uur verscheen Tjerk. Camilla s boek wachtte vergeefs op verdere bewerking.

Om half een kwam Mip vragen „of meneer en mevrouw niet wilden lunchen."

Meneer en mevrouw waren buitengewoon opgewekt, riet maakte alleen op Mip den indruk, dat er een zekere angstvalligheid was in hun conversatie.

Na tafel zag zij ze samen uitgaan. Om vijf uur belde Camilla op, dat ze in de stad bleef eten. 's Avonds laat hoorde Mip haar thuiskomen en informeerde van haar bed uit „Alles O.K.?"

„O ja..." zei Camilla.

Maar in bed stak ze, tegen medisch advies in, een sigaret op en peinsde, langer, en vooral ernstiger, dan wenschehjK is in een tijdperk van jong geluk.

Thuis zat Tjerk voor Camilla's portretje, netjes op karton geplakt, staarde naar haar, naar den overall en zuchte.

Merkwaardig, hij hield van haar, maar hij kon met loskomen van het gevoel, dat er toch nog een ander meisje was ... hef, huishoudelijk, teer... een meisje, dat nn kon beschermen en koesteren. Camilla Fonk, die naar Afrika en Tokio en Caïro vloog, zooals hij een trammetje nam, Camilla, wier vader schatrijk was, Camilla was hem eigenlijk een vreemde. Hij had het gevoel, dat hij die vreemde als een soort facheuse troisième accepteerde, tusschen zijn Minny

"canuJUa intusschen staarde in den rook van haar verboden sigaret en dacht erover hoe het kwam, dat ze naar Tjerk verlangde, als hij er niet was, en zich vreemd bij hem voelde, als hij er was, en toch ook weer gelukkig... als ze maar niet teveel spraken. En waarom irriteerde het haar, dat hij sprak

Sluiten