Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Er volgde even een stilte. Tjerk staarde in den rook van zijn sigaret. „Nu ja, dat is onzin/' zei hij kortaf. „Het is natuurlijk erin gebracht. Hoe dan ook."

„Ik heb vanmorgen Korner ontmoet," zei Ingo, „en hij maakte een opmerking, die niet zoo dwaas was. Hij had niet eerder aan die mogelijkheid gedacht en ik evenmin: de bloemen. Ik kreeg, vlak voor mijn vertrek, een bos tulpen van een onbekende. Dat op zichzelf is al iets vreemds. Ik ben niet iemand, wien men zoomaar bloemen stuurt!" Hij glimlachte even en Tjerk merkte op, dat er iets veranderd was in zijn glimlach, in de geheele uitdrukking van zijn gezicht, iets dat hij niet kon definieeren.

„Er was een klein briefje bij, doch ook dat is helaas verbrand. Korner had niet alleen de idee van die bloemen, hij koesterde ook een verdenking en wel tegen Rudolf Geiner, die nu dood is. U hebt hem misschien wel eens ontmoet. Het schijnt, dat deze charmante jongeman, die van huis uit rijk is geweest, maar dat geld verspilde, er nogal duistere manieren opna hield om geld te verdienen. Hij moet, volgens Korner althans, in zekere misdadigerskringen niet onbekend zijn geweest, omdat hij soms menschen omkocht voor het uitvoeren van diefstallen. Zoo moet hij betrokken zijn geweest in den diefstal van plannen, eenige jaren geleden, bij de Jordan-fabriek. Hij handelde toen blijkbaar in opdracht van een Engelsche firma. De bedrijfsspionnage heeft tegenwoordig een ongehoorden omvang en deze aardige Geiner scheen organisatorisch talent te bezitten en te doen, wèt men maar wilde, mits het betaald werd. Geiner heeft je verschillende malen gezien met mr. Fersema, het is heel goed mogelijk, dat hij het telegram zond, en de bloemen, waarin dan een of andere explosie-stof kan zijn verborgen geweest."

„Den ingenieur Korner," zei Tjerkna denkend, „dien heb ik ook gesproken. Hij is dus ook van meening, dat het ongeluk van de Camilla aan misdaad is te wijten?"

„Ja. Hij heeft me trouwens nog aangeraden voor mijn vertrek, alles goed na te zien."

„Wat is er?" vroeg Camilla.

Tjerk was opgestaan en liep in enkele geruischlooze passen naar de geopende balkondeuren. „Hé,' zei hij.

Er klonk van het balkon een lachje en toen verscheen Rix, nogal verlegen.

„Prachtig weer," zei hij, rondziende, „ik eh... genoot

Sluiten