Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als hijzelf— belachelijk idee trouwens! — iets van plan was geweest, zou hij me juist niet hebben aangespoord tot bijzondere voorzorgen."

„Dat was juist het raffinement van den genialen misdadiger!" piepte Rix. „Een Wallace-figuur, een soort demon, verborgen in een onschuldig uiterlijk. Hij waarschuwde u en grijnsde terzijde, zooals in oude drama's: Ha, wacht maar ellendige, straks spat je uit elkaar dank zij mijn rozen ... Of waren het tulpen?"

Ingo stond op, geërgerd. „Ik vind, dat deze kwestie te ernstig is om op deze wijze te worden besproken.

„Verdwijn!" zei Camilla tegen Rix, „en als iemand je weer op mijn balkon vindt, hoop ik, dat hij je eraf gooit."

„Van twee-hoog," jammerde Rix, „lief meisje!" Hij retireerde echter naar de deur, er waardig aan toevoegend: „Tobben jullie dan maar alleen. Als niemand mijn hulp en raad waardeert..."

Tot Camilla's verbazing trad Tjerk op hem toe en gaf hem een hand. „Ik waardeer uw speurdersgaven en ik kom eens met u praten."

Rix straalde en verdween als een gelukkig mensch.

„Inderdaad de eenige manier om van den gek af te komen," zei Ingo.

„Ik zal Korner opbellen en vragen, wanneer bij een afspraak kan maken."

De afspraak werd vastgesteld op negen uur, bij Uht thuis.

* * *

Korner verscheen precies op tijd. Hij zag er bleek en nerveus uit, zijn gezicht had de eigenaardige, deels verstrooide en deels gespannen uitdrukking, die Tjerk al meer was opgevallen.

„Waarom ik hem waarschuwde?" Hij keek Tjerk aan, die de vraag gesteld had, „omdat ik iets afweet van dergelijke dingen."

„U wist zoo het een en ander van Rudolf Geiner," zei Tjerk bedachtzaam, „waarom hebt u daar altijd over gezwegen? Als u wist, dat hij betrokken was in een diefstal op uw eigen fabriek, hadt u dat toch bekend moeten maken."

Korner maakte een onverschillig gebaar. „Ik kwam dat later te weten en zou het moeilijk hebben kunnen bewijzen.

Sluiten