Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Hoe zóó?"

„Nou zóól Dat schaap van Walendijk, dat denkt, dat het voor haar is en niet weet, dat ze alleen maar middel is.... Een marionet in ons spel...."

Anne legde haar hoofd tegen de stoelleuning.

„En wit voor een spel...." zei ze bitter, „bah!.... Hoe ik er van walg! Van die strooplikkerij.... van dat proletentuig.... van dat comediespelen.... bah.... bah!!"

Ze had haar handen tot vuisten gebald aan haar slapen. Haar stem was hartstochtelijk.

„Maar vrouwtje!...."

Terheide boog zich naar haar toe, streelde even haar hoofd.

„Je bent moe," zei hij, „het was ook zoo warm vandaag."

„Och wat, warm!" zei ze, „ik haat dat gedoe 1 En alles om een armzalige paar ton!"

„Armzalig I" Hij herhaalde het woord eembeetje geërgerd.

„Armzalig, ja!" kreet ze woedend nu, „maar hoe zou jij ook kunnen weten, wat het voor mij is!"

Het was een directe zinspeling op hun standsverschil. Hij werd rood en richtte zich stijf op.

„Wéten kan ik dat natuurlijk niet, maar ik meende, dat jij in je jeugd nu ook niet bepaald in de honderdduizenden gezwommen hebt."

Ze zweeg, beleedigd in de armoe van haar geslacht. Ze hoorde hem naar de slaapkamer gaan.

De boy sloop binnen.

„Als mijnheer gebaad heeft, kan dan het eten opgedaan worden ?" „Ja!"

Ze bleef liggen in haar stoel. Het bloed klopte in heete drift door haar hart. In overmatige nerveuze drift. Ze kreeg er hoofdpijn van en gooide zich neer op den divan.

Terheide kwam terug in zijn pyama.

„Kom je niet eten, Anne ?"

„Nee, ik heb hoofdpijn!"

„Wees toch niet dwaas, Anne."

Ze antwoordde niet. Hij bleef besluiteloos even staan, toen met een Schouderophalen ging hij naar de eetkamer en at er zijn eenzaam maal, geserveerd door twee bedienden, die star en stom, als beweegbare wassen beelden, door de kamer gingen, geruischloos op hun bloote voeten.

Sluiten