Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

telkens herhaalde „Leve Rosas! Leve de Hersteller!" Rythmisch en schel dreunt de marsmuziek van een paar regimenten er doorheen. En de koets komt slechts langzaam vooruit, vermorzelt de talloze bloemen die van de vensters en balcons omlaag gegooid worden. Slechts één witte anjer blijft een paar minuten hangen op de brede rode schouderband van Juan Manuel, iets even blanks en geheimzinnigs als het onbewogen gezicht waarmee hij over de mensenmenigte heenstaart.

En daarna komt weer de gebruikelijke toespraak, maar streng en autoritair ditmaal.

— „Dodelijke vervolging aan de goddeloze, de heiligschenner, de rover, de moordenaar, en vooral de trouweloze en verrader die het wagen zal te spotten met ons goed vertrouwen. Moge van dit ras van monsters geen enkele onder ons overblijven; zij zullen zo hardnekkig en heftig vervolgd worden, dat ontzetting en schrik hun deel zij."

Met deze sombere hoogdravendheid stelt hij zijn eerste proclamatie, en hij beroept zich op de geheimzinnige God van alle tyrannen: „Moge de Almachtige onze schreden leiden."

Stellig voelt hij zich met de Almacht verbonden. Het gezag is hem door God gegeven, hij heeft het niet gewild, geen geweld gebruikt, niet geüsurpeerd. Verweg en teruggetrokken heeft hij afgewacht. Wie durft het te ontkennen? En zo groot is het waas van goddelijkheid waarmee hij zijn gezag omgeeft, dat het ongehoorde gebeurt in deze mannen-maatschappij: de vrouw mengt zich in het tumult, ze begint zich te spiegelen aan het voorbeeld van Encarnación en gaat

Sluiten