Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— „In de Bijbel? Eh? Welnu, daar de Bijbel niet begt.. *

Beide mannen zwijgen enkele ogenblikken. Dan gaat Rosas hardnekkig door: „Maar komt deze stok u niet vreemd voor?"

— „Neen mijnheer. Het is een stok net zo rood als het federale embleem waarmee dona Encarnación Uw Excellentie verschenen is."

— „Aha, juist! U heeft dezelfde gedachte als ik. Dit is een federale stok. Maar waarvoor heeft Encarnación hem gebracht? Wat denkt u?"

— „Het moet een hartelijk souvenir zijn, voor de vele overwinningen die u op de Unitariërs behaald heeft."

— „Ik geloof niet dat het een gelukwens is, mijn waarde senor don Vicente. Voor mij is het een waarschuwing van Encarnación, dat ik omgeven ben door wilde, misdadige Unitariërs, door slechte vrienden . . ." En nu verheft Rosas zijn stem, geraakt in woede, en vervolgt: „Zij heeft willen zeggen, dat ik met deze federale stok ze moet slaan en slaan en slaan!" Terwijl bij dit zegt slaat hij met volle kracht op de houten kant van het bed. „Ze moet slaan, tot ze uitgeroeid zijn!"

Hij gaat nog even door met het uiten van dreigementen, fluit dan eensklaps, de dienstbode verschijnt, en Rosas beveelt hem senor don Vicente uitgeleide te doen.

— „Ik wens u het beste," zegt hij tegen zijn bezoeker. „Op de binnenplaats wacht Manuebta nog op u; zij houdt veel van u en wenst al de hele tijd u een klein geschenk aan te bieden."

Sluiten