Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De hofmeester accepteert ze minzaam glimlachend (als andere menschen niet weten hoe 't hoort, - hij wel), maar op oom's bezorgde vraag belieft hij geen toezeggingen meer te doen. En oom verliest hierdoor z'n zekerheid.

„Kom, ik ga nog 's even in de kajuit kijken 1" zegt hij onbeholpen en daalt het trapje af.

Beneden heerscht gezelligheid. Geschoren, in 'n keurige, zwartlakensche uniformjas met glinsterend-gouden strepen, is de kapitein daareven uit z'n hut gekomen, zit nu tusschen de onderwijzeresjes en maakt zeemansgrapjes, zooals ze dat van hem verwachten.

„Wacht, daar zul je de hofmeester hebben!" roept hij uit, als hij boven aan het trapje 'n paar broekspijpen ziet verschijnen. „Wat mag ik de dames aanbieden?"

De meisjes gieren van de pret, en Annetje stopt haar zakdoekje in de mond en wordt weer donkerrood: het zijn oom's broekspijpen.

„M'n man!" zegt tante met gezag, alsof ze iets vertoont. Oom's hoofd komt echter nu pas voor de dag.

„Oh pardon!" excuseert de kapitein zich, die geen oogenblik geloofd heeft, dat het de hofmeester was. Hij rijst op in z'n volle, vierkante zeemansgestalte en steekt gul lachend z'n hand over de tafel uit. „M'n naam is Jaspers."

„De kapitein, Henril" voegt tante er verpletterend aan toe.

Maar ook oom wil zich laten gelden. Hij speelt eerst 'n oogenblik de-man-die-niet-met-zich-spotten-laat; daarna ontspant zich zijn gelaat tot 'n welwillende plooi; hij neemt zijn sigaar tusschen de vingers van de linkerhand en stelt zich voor: „Jansen! Jansen uit den Haag!"

De hofmeester heeft daareven iets opgevangen, komt nu het trapje afdribbelen. „Kapitein?"

„Goed, dat je 'r bent, hofmeester. - Gaat u zitten, meneer Jansmal - Wat mag ik de dames aanbieden?"

Tante had heusch niet gedacht, dat je op zoo'n vrachtbootje nog wat krijgen kon ook! ,Zoo'n vrachtbootje', zegt ze, zonder op de gedachte te komen, dat ze er de gezagvoerder mee zou kunnen krenken.

Deze laatste is zooiets wel gewend en glimlacht slechts.

Sluiten