Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VI

Charlotte heeft de hofmeester gevraagd, haar te wekken zoodra Vigo in 't zicht komt. En om half zeven klopt hij aan haar deur. „Ta, ik sta opl" belooft ze hem in de eerste verwarring van net ontwaken en vliegt overeind.

Maar er is geen school vandaag; het is tante niet, die geklopt heeft. Door haar patrijspoort ziet Charlotte donkerpaarse bergen, waarachter het zonnegoud opblinkt. In de schaduw, die nog over het water hangt, dobberen - ver weg - 'n paar visschersbootjes met starre zeiltjes.

Zij kleedt zich opgewonden aan, kiest haar hchtblauwe zomerjaponnetje met korte mouwen, trekt er fijngrijze kousen en haar peau de Suède schoentjes bij aan. Zoo verschijnt ze op het achterdek, waar ze niemand vindt. Maar van de brug wenkt haar de kapitein, die haar daarna zichtbaar vergenoegd de trap ziet opkomen in haar zomersch toiletje. „Kijk eens aan...!" zegt hij bewonderend.

En Charlotte bloost van voldoening.

Recht vooruit is het land al vlakbij. Maar het zijn nog slechts 'n paar groene eilandjes vóór de kust: er tusschen door ziet men het water weer bhnken. Elk boompje op de eilandjes is reeds te onderscheiden; op het strand zijn 'n paar bruine jongens aan 't plassen, - hoor ze schreeuwen van de pretl

'n Stoombootje komt pf! pf! pf! pf! naderbij. Lang voordat het noodig schijnt, staat voorin al 'n man met 'n bootsbaak gereed. Zooveel te minder haast heeft de loods zelf, die achterin zit en in z'n ochtendkrant verdiept is. Als het bootje langszij van de stil varende Medusa komt, gunt hij zich de tijd, z'n krant op te vouwen; pas nadat hij die zorgvuldig in de binnenzak van zijn jas geborgen heeft, omklemmen zijn handen de stormleer, die voor hem is uitgeworpen.

,,Morning, captain!" Handdruk, ook met de derde stuurman. De toon van: ouwe bekenden, al heb ie mekaar van je leven niet gezien. - Rinkeldeking! haalt de loods, dadelijk thuis op de brug, de telegraafhandle over. Weer volle kracht, maar met stoomvermindering om elk oogenblik te kunnen stoppen.

Sluiten