Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

avond tot het symbool: Licht is leven; duisternis... dood.

Straks zal de maan komen en de lachende groene bergen tot woeste dreiging van grotten en spelonken herscheppen, tot

n sombere greep om de zilverig-glanzende baai, waarin ze ach wiegt. En in de schaduw der huizen, waar bij zonneschijn luchtig geflirt is, zal duistere hartstocht rondsluipen, de dolk onder de mantel geborgen. Ja, zoo gaat het in Spanje: minnespel eindigt in donkerrood bloed] Charlotte is geneigd dit beeld als 'n waarschuwing aan zichzelf te nemen, terwijl ze gefascineerd de voorstelling volgt.

Nu vonken de eerste lichten op. Snoeren van licht door de straten, langs de kaaien; op de schepen worden lampen in de mast geheschen. Op platte daken zitten menschen bij lampions. Op de Medusa is het sinds lang stil; de laatste booten worden weggeroeid onder vreemd gezang. Het is hetzelfde soort gezang als van de ezeldrijver vanmorgen maar hoe droef-smachtend klinkt het nu in de duisternis Fakkels branden op de plecht; het licht druipt als brandende ohe in het klotsende water neer.

Nog stiller wordt het nu de booten aan de kaai gemeerd zijn. Langs de wand van 'n verankerd zeilschip plonst 'n leege emmer neer, wordt vol weer opgehaald. Stilte. Roerloos staand, meent Charlotte guitaar klanken van de wal op tevangen, lachende stemmen, hand- en castagnettengeklap. Over het geheimzinnig wiegende water komen de lichtjes van de kade met dartele, geestige sprongetjes aangebuiteld, alsof het rythme van de castagnetten ook hen al te pakken heeft. r

En dan opeens verscheurt Janus, de schele stoker, de sfeer door 'n droefgeestig ingezet: „En dat is 'r je moeder, je moe.. .oeder alleen!" Absurde wanklank, die in zangerseigenhefde tot daverende kracht aanzwelt. Charlotte bukt het hoofd: het vertelsel is oife Ja... zoo was het Hollandsche volk, peinst ze. Oereigen, maar dan ook zonder het geringste aanpassingsvermogen' zonder begrip of respect voor het wezen van vreemde' landen, volken. Practisch, nuchter, fatsoenlijk, sceptisch en als natuurlijk tegenwicht 'n valsche sentimentaliteit, 'n valscne romantiek, die behoedzaam buiten het leven zelf gehouden werd en zich in de „volkszang" redde. Hoe anders

Sluiten