Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Op zee heeft ze al Afrikaansche visschersbooten gezien met nog fantastischer en gedurfder zeilen dan de Spaansche, - deze zeilen schenen uit zakken te zijn aaneengenaaid. Op de banken zaten donkerbruine, ook wel vaalzwarte Arabieren, het prachtige, tanige lichaam slechts met wat flarden omhangen.

En nu, nu staat Charlotte zelf op Afrikaansche bodem.

Hoe warm het is om negen uur in de morgen! De eerste huizen van het stadje, 'n eind verderop, trillen al in de heete lucht. Hier op de kade draven, achter lorries of met zakken op de rug, allerlei fantastische gedaanten heen en weer; het is soms niet gemakkelijk uit te maken, of 't negers of Arabieren zijn; Charlotte ziet slechts donkere koppen met blinkende tanden in vaalrose vleesch gevat. Schelwit licht het uit de ooghoeken op. Alles schreeuwt, waarschuwt, deelt standjes uit, oetuigt z'n onschuld op fel-luidruchtige wijze, zingt in nasaal gejengel, raast 'n stortvloed van Arabische keelklanken uit. Kleine, naakte hummels met glimmende ronde buikjes en 'n uitpuilend naveltje zwermen om Charlotte en haar stuurman neen, houden 'n apenhandje op. Maar het is half 'n grapje, 's probeeren, - geen ernst. Het gaat joelend, vol pret; ze trekken elkaar weg, rollen verwoed over de grond om de blanke juffrouw te laten zien wie van hen het sterkst is.

Ernst of geen ernst, Charlotte is op dit oogenblik werkelijk dankbaar voor de bescherming, die de stuurman haar verleent. „Ik ben toch maar heel blij, dat ik hier niet alléén door hoefl" verzekert ze, half lachend.

De stuurman deelt in haar lach. Hij weet, dat hij er niet veel op hoeft te zeggen; zijn roodverbrande, bonkige Hollandsche zeemansknuisten zijn Charlotte voldoende waarborg, dat ze aan zijn zijde niets te vreezen beeft.

Wat verderop, aan het eind van de kaai, waar één weg omlaag langs het strand en 'n andere omhoog naar Ceuta leidt, zit tegen de berm 'n beroepsbedelaar. Op hem wijzen de jongetjes nu; hém moet meneer de officier of anders de mooie juffrouw-in-'t-wit 'n aalmoes geven, - kijk maar hoe ellendig hij er aan toe is! 'n Grijns van lachend medelijden verschijnt op de bruine jongenskopjes met de kaalgeschoren bolletjes.

Sluiten