Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meester, die met 'n krant terugzwaait. Het laden en lossen is nog niet begonnen. Charlotte steekt haar parasol op en tracht tegelijk ook de stuurman tegen de zon te beschermen. Het lukt zoo echter niet al te best. Wacht, hij zal iets dichter bij haar komen zitten. Ja, nu gaat het.

Rechts van de weg kgt 'n grauw, leemen dorp. 'n Paar palmen met verdorde, geknakte bladeren rijzen, spaarzaam verdeeld, tusschen de huizen op, die door platte koepels en blinde muren aan kleine forten doen denken. Voor de ingang 'n put, waar zwaargesluierde vrouwen bijeenstaan en naar hen omkijken, 'n beringde hand op 'n aarden waterkruik rustend, 'n aantal armringen om de polsen, - juist als op de Oostersche ,,kunst"-foto's. Geiten en naakte bruine dreumesen met kaalgeschoren bolletje, slechts 'n ineengedraaide haarplok op de kruin, 't gespannen buikje vrijmoedig naar voren gestoken, 'n Waardige Arabier met grijs baardje schrijdt, in 'n wijde mantel gehuld, met lange woesdjnpas het dorp uit, 'n enorme paraplu in de vuist, het adellijke gelaat met de prachtige neus overschaduwd door 'n kap. Kameelen ziet Charlotte nog nergens, wel ezeltjes, zwaarbeladen witte ezeltjes, die in het kittige stappen kleine, scherpe stofwolkjes van de steenen ketsen en soms beginnen te balken, - alweer dat naargeestige geluid als van 'n roestige pomp.

„Waar zou de koetsier ons nu 't eerst heenbrengen?" vraagt Charlotte.

„Naar de markt," antwoordt de stuurman zonder 'n oogenblik aarzelen.

„Hebt u 'm dat dan gezegd?"

„Nee, maar u zult zien, dat hij er ons brengt. Waar je ook heenwilt: naar 't kantoor van de agent of naar de consul, die kerels brengen je toch naar de markt. Dat zit 'r natuurlijk nog in van de tijd toen alle vreemdelingen naar de markt werden gebracht om als slaven verkocht te worden!"

Charlotte lacht om zijn grapje; de stuurman komt op dreef. „Ik ben trouwens bang, dat de markt zoowat het eenige zijn zal wat de moeite waard is... 't lijkt me hier 'n dooie boel!" zegt hij verder.

Ja... hij heeft veel gezien. Voor Charlotte is alles nog zoo nieuw en belangwekkend: elk gezicht, elke plant of struik, elk huis, elke kleederdracht, alles, alles, alles.

Sluiten