Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

af. Om zichzelf bekommert ze zich niet; haat luchtvaardige glimlach mag haar armoede zijn, hij is ook haar veilig toevluchtsoord, 'n toevluchtsoord, waarnaar de stuurman de weg niet kent, de stuurman, die naar zijn aard z'n schuld geheel moet boeten. Kan Charlotte die schuld niet van hem overnemen?

Ze denkt 'n oogenblik na. Onbereikbaar zal ze zich voor hem maken, hem de indruk geven, dat het avontuur haar geen seconde lang iets anders dan 'n scherts beteekend heeft, 'n scherts, die ze nu weer vergeten is. Bevreemd, zal hij in haar zijn verleidster zien, 'n coquette; hij zal zijn schuld geheel op haar werpen en met 'n verlucht hart bij z'n meisje in Holland alles opbiechten.

Zeker, dat zal Charlotte doen. Maar eerst wil ze nu slapen, slapen, van deze dag afscheid nemen en morgen frisch en wakker zijn, gereed tot het voorgenomen spel.

En nu, wegdoezelend, denkt ze er, ondanks alles, niet zonder genoegen aan, dat zij, indien ze dit verkiest,^oowel 'n kleine hourie uit het paradijs, als 'n diabolische vrouw zijn kan; aj zelf is 'n oogenbhk verwonderd over alles wat er diep-verborgen in haar gescholen heeft en nu op deze onvergetelijke reis, die iets van 'n ontwaken heeft, boven komt.

Wie weet, misschien kan zij in de liefde zelfs nog ernstig ajn ook als dit in haar leven nog eens te pas komt. Zij heeft in de laatste dagen al voor zooveel verrassingen gestaan... 1

Op de brug loopt met groote passen de tweede stuurman heen en weer. Soms blijft hij tegen de verschansing staan tuurt voor zich uit over de zacht deinende zee. Recht vooruit staat roerloos de zilveren mane-sikkel, aan stuurboordzij sdhouetteert nog, reeds ver, de Sidi Musa.

Ook de stuurman is blij: alleen te zijn; beter dan Charlotte vermoedt, slaagt hij er in, klaarheid in zijn gedachten en gevoelens te scheppen. O, hij neemt het niet zoo zwaar met zijn schuldgevoel, - daarvoor is alles te mooi en te kort geweest, vluchtig als 'n droom. Door zonlicht omstraald staat in de duisternis Charlotte voor hem, Charlotte in haar witzijden japonnetje, de blauwe, kleine parasol lokkend achter het hoofd; haar grijsblauwe, beschaduwde oogen lachen hem toe, van ver wee, als uit 'n droom. Alles, alles

Sluiten